Toen we het plan voor de Bakkerij in Malawi naar Nederland hadden verstuurd stapten we zonder het te weten in een zeer avontuurlijke achtbaan. Het heeft mij meegenomen naar donkere dalen van twijfel, angst en verdriet. En aan de andere kant vreugde en onoverwinnelijkheid.
Ik weet nog de ongemakkelijke stilte tijdens het telefoongesprek met het bestuur nadat we ze vertelden dat het gehele plan op ongeveer een ton uit zou komen. Die ongemakkelijke stilten kwamen steeds vaker voor tijdens de vele gesprekken met mensen die wij spraken over het project. In nauwe kringen werd heel soms wel vermeld dat het hun stiekempjes een onhaalbaar doel leek. En hoe vaker Eline en ik het gevoel kregen dat we aan iets ontastbaar bezig waren hoe meer wij ons in een hoek voelden staan. Een hoek met een heel duidelijk doel en een nog mooiere gedachte, maar met veel twijfel en soms ook erg veel verdriet. Het project is een reflectie van een OER-gevoel wat in onze aderen stroomt. Het geloof in goedheid en de vastberadenheid om hier daadwerkelijk mee aan de slag te gaan. Het project is dan ook ontstaan vanuit de gedachte dat een mens heel erg veel kan, wil en bedenkt mits in hun wordt geloofd.

Gelukkig hebben wij ook onvoorwaardelijke steun gehad van onze naasten en vele belangstellenden en nog veel belangrijker is voor ons het geloof in elkaar. Op één moment heb ik op het punt gestaan om het hele project van tafel te vegen en te verdrinken in mijn verdriet. Eerst liet een grote donateur op het laatste moment haar twijfel tevoorschijn komen, met hun toezegging had het project van start kunnen gaan. Ik wilde niet meer afhankelijk zijn van de gunst van mijn schoonmoeder om daar in huis te wonen. Ik voelde mij niet nuttig  voor de Nederlandse maatschappij en vond dat ik de bijstand niet verdiende. Ook de vaderlijke emoties gierden door mijn lijf en ik kon het krijgen van een baby niet meer combineren met het opzetten van een project. Zinloos, pijn, radeloos en vermoeid hebben Eline en ik een hele dag, op onze luidruchtige manier, ruzie gemaakt. We hebben elkaar na een nacht met weinig slaap goed aangekeken en uiteindelijk toch besloten om door te gaan. Eline had het geloof nog en bracht mij weer aan het twijfelen.

Snel zijn we op zoek gegaan naar nieuwe donateurs, huisvesting en een baan. Binnen een maand hadden we alweer heel veel nieuwe donateurs aangeschreven en hadden we toegezegd om op een voormalig basisschool anti-kraak te wonen. Ook kreeg ik de mogelijkheid om te werken bij het zwembad. Ineens zat het allemaal even mee en leek het alsof we even uit de rollercoaster waren gestapt. Maar ondertussen denderde het bakje door, ik had een fulltime baan en werd vader van een klein wonder. Met de stichting hebben we een meimarkt georganiseerd en vele andere acties bijgewoond/uitgezet. Neem bijvoorbeeld de PI-award. Zwaar zenuwachtig en onzeker voelde ik me toen ik door de speakers hoorde dat de Bem-bakery genomineerd was om een pitch te geven. Daarvoor moest ik alleen maar in 90 seconden meer dan  300 man overtuigen door te vertellen over het project. Vlekkeloos ging het niet maar blijkbaar menselijk genoeg, want een uur later stonden Eline en ik, knie knikken, met een cheque van €10.000,- in onze handen. Qua fondsenwerven zitten we bijna op het beoogde bedrag van €102.000,-. Je zou zeggen dat dit heel wat rust zou moeten geven, echter is het tegendeel waar. Schouderbeugels…check! Gordels vast….check! Rollercoaster 3.0 neemt ons momenteel mee in de opstartfase van het project en maakt ons afhankelijker dan ooit tevoren door bijvoorbeeld het ebolavirus, de financiële afhankelijkheid en onduidelijkheid over onze huisvesting in Nederland en Malawi. We gaan ervoor!